Terugblik Sola Fide 1937 - 2019

 

‘Sola Fietje, het lochte bietje’.  Zo stonden wij als Sola Fide jarenlang bekend in Veenendaal. Dat was negatief bedoeld. Een lichte kerk, zo zag men ons. Daar kon je niet het ware Evangelie verwachten.

Een andere one-liner: ‘En ’t eind van het liedje is Sola Fietje’. Dat refrein schijnt ooit één van onze oud-predikanten gezongen te hebben bij een of ander lied. Dat was minder negatief bedoeld. Dat had te maken, dat veel mensen, na allerlei omzwervingen in kerkelijk Veenendaal, of omdat er in hun leven iets was dat onacceptabel werd geacht (trouwen met een katholieke partner bijv.) uiteindelijk hun plaats vonden in Sola Fide. Maar soms was het ook zo, dat mensen die afzakten, die steeds onverschilliger werden, zich lieten overschrijven naar Sola Fide. Daar was men gemakkelijker. Tja… ‘En ’t eind van het liedje is Sola Fietje’.

Een volière. Zo werd Sola Fide in het begin wel genoemd door de eigen leden. Een volière waarin plaats was voor vogels van allerlei pluimage.

Sola Fide kwam voort uit een plaatselijke kerkscheuring. Allerlei malcontenten en dissidenten uit de toenmalige Hervormde gemeente kwamen samen in Sola Fide. Geen wonder dat het een kleurrijk gezelschap moet zijn geweest. Waar onderling ook weer heel verschillend gedacht werd over de dingen. Een brede gemeente, met veel ruimte voor mensen. Dat is altijd een kenmerk gebleven.

 

Ik wil jullie iets van de geschiedenis van Sola Fide vertellen. Het is een stukje kleine kerkgeschiedenis van Veenendaal, wat met de sluiting zal verdwijnen.

 

Sola Fide is in de 30er jaren van de vorige eeuw ontstaan vanuit de Hervormde Gemeente van Veenendaal. Dat was een heel andere tijd. Tweederde deel van de Veense bevolking was lid van de Hervormde Gemeente. Daarnaast waren de belangrijkste kerken de Gereformeerde Gemeente, de Christelijk Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk. De Hervormden kerkten in de Oude Kerk op de Markt. Die was veel te klein, er was nood aan een tweede gebouw en aan een tweede predikant. Maar – we spreken over de 20-er jaren van de vorige eeuw - , omdat er in die tijd kerkvoogden waren, die weigerden hun deel te betalen aan de Generale Kas van de landelijke kerk, en er dus heftige onenigheid was, kreeg men geen toestemming om een tweede kerk te bouwen, en evenmin om een tweede predikant te beroepen. Dat gaf wantoestanden, want de beschikbare plaatsen in de kerk werden verhuurd, en de schaarste dreef de prijs op. Een aantal jaren geleden maakte ik nog in een rouwbezoek mensen mee, die nog verontwaardigd waren, dat hun grootmoeder als jong meisje niet in de kerk mocht komen omdat ze te arm was… Dus dit heeft 3 generaties later nog steeds gevolgen. Rond 1925 werden de kerkvoogden vervangen, ging men bijdragen en kwam er toestemming om de Julianakerk te bouwen.

 

Ook in die tijd waren er in de Hervormde Gemeente verschillende stromingen. Zo was er ook een groep mensen, die niet alleen psalmen, maar ook gezangen, Nieuwtestamentische liederen zoals ze toen werden genoemd, wilden zingen. En die naar een minder dogmatische prediking verlangden. Toen een derde predikant beroepen kon worden, wilden ze graag, dat deze tot de Confessionele Richting behoorde en niet tot de Gereformeerde Bond. De bekende Veense predikant ds. Jongebreur van dat moment, was het er mee eens dat daar ruimte voor moest zijn. Maar toen ds. Jongebreur in 1930 plotseling stierf, was zijn matigende invloed ook weg. Er ontstond een strijd om de macht, vooral bij de ambtsdragersverkiezingen. Deze werd gewonnen door de behoudende richting. Zo werd de ruimte voor de groep die anders wilde, steeds kleiner en de sfeer steeds slechter. Toen er i.p.v. een mildere predikant juist een zeer behoudende dominee werd beroepen, was de rebelse groep zover, dat ze een noodoplossing in het leven riepen: de Vereniging tot verheffing van het kerkelijk een geestelijk leven in de N.H. gemeente te Veenendaal werd in 1937 opgericht. Sola Fide is hiermee begonnen. Met 45 leden.

 

Twee weken later, op 9 mei 1937 werd de eerste dienst georganiseerd in gebouw Eltheto (Fluiterstraat) op de zondagavond om 20 uur.

Een kerkdienst werd het niet genoemd. Het was een evangelisatiebijeenkomst. Maar er werd wel gepreekt en gezangen gezongen, en het duurde een uur, omdat de gastpredikant van elders ook altijd nog naar huis moest. Die eerste avond waren er 80 bezoekers. Dat viel heel erg mee. Het groeide snel verder.

 

De oorlogstijd bracht wat wisselingen in locatie. Men kwam in een gebouwtje van Ritmeester terecht. Toen weer terug naar Eltheto, maar toen de Hervormde gemeente dat niet meer toestond, week de gemeente uit naar de Panterfabriek, het zogenaamde Panterkerkje. De diensten konden ’s morgens gehouden worden. Daar groeide de gemeente uit tot 450 bezoekers.

 

Henk de Ruiter beschreef hoe dat Panterkerkje eruit zag. We hebben er geen foto’s van. Het was de kantine van de Panterfabriek aan de Spoorlaan. Een lang, rechthoekig gebouyw met hoge bovenlichten. Aan een lange zijde zonder ramen kwam een uitbouw, de consistoriekamer. Er was een kansel, een lessenaar en naast de kansel een groot uitgevallen huisorgel, bespeeld door Gijsbert van Zanten. Boven kansel en orgel hing een groot bord met fraaie beschilderde letters met de tekst CHRISTUS VICTOR. Dr. Thoomes, directeur van de Christelijke Ulo, was een vaste voorganger, aangevuld door gastpredikanten die zelfs uit een verre omtrek kwamen (Amsterdam, Den Haag, Breda e.d.).

 

Was het een kerkscheuring? Vanuit Sola Fide gezien, was het de nood die drong. Er vertrokken teveel mensen naar andere kerken in Veenendaal, of naar buurgemeenten, omdat ze het in de Hervormde gemeente niet meer konden vinden.  Door de dogmatische nadruk op de wet en de zonde, en op de verkiezing, en te weinig op de genade en de beloften in Jezus Christus, was er voor veel mensen een drukkende sfeer ontstaan.  En er werd geen enkele ruimte gegeven om een andere predikant te beroepen.  Een noodgreep. Maar wel een gelukkige noodgreep. Vanuit de Hervormde gemeente is het wel ervaren als een scheuring door malcontenten. Heel lang is er op neergekeken en zijn de verhoudingen heel slecht geweest. Sola Fietje, het lichte bietje, werd ze smalend genoemd. Dat raakte, dat deed zeer. Mensen werden met de nek aangekeken. En zo gaat ook het verhaal, dat er iemand in de Hervormde gemeente het toch wel jammer vond, dat de Duitsers geen bom op het Panterkerkje hadden gegooid.

 

Hoe kon dat groepje mensen, dat een andere koers voer dan de hoofdstroom, standhouden en uitgroeien tot een kerk? En zelfs het Verenigingsgebouw aan de Eikenlaan neerzetten in 1951? Dat had toch te maken met de ondernemersgeest van de leden en het grote verlangen naar een kerk met een andere prediking en andere liederen. Het rebelse van de stichters sloeg aan. Het is goed om te bedenken, dat dit niet alleen in Veenendaal plaatsvond. Op allerlei plaatsen op de Veluwe was iets dergelijks aan de hand, waar de plaatselijke Gereformeerde Bondsgemeente de meerderheid had en geen ruimte gaf. Deze groepje vonden elkaar in het Veluws verband.

Er waren predikanten, die hun medewerking verleenden. Ze kwamen preken, of gaven katechese. Sola Fide heeft zo bijvoorbeeld veel te danken gehad aan ds. Van ‘t Hof uit Ommeren, die een jaar belijdeniskatechese gaf en de kandidaten op Tweede Paasdag in de kerk van Ommeren belijdenis van het geloof liet doen. Kinderen dopen, dat gebeurde nog wel in de Oude Kerk. Het was wel een lastige situatie voor de jonge ouders, die eerst naar de predikant moesten om het te vragen. Echt welkom waren ze niet met hun kindje. Sommigen werden geweigerd. In die tijd werd de Andrieskerk in Amerongen een toevluchtsoord om te dopen, en ook om belijdenis te doen. Wij hebben nog heel wat leden, die of in de Oude Kerk of in Amerongen gedoopt zijn.

 

Avondmaal vieren: dat was ook een punt. Dat gebeurde niet. Enkele mensen gingen daarvoor naar de Oude Kerk, maar niet iedereen.

Kunnen wij ook niet het Heilig Avondmaal vieren? Ze zijn het gaan doen. Ik weet niet hoe ze het deden. Of er ambtsdragers met de gastpredikant meekwamen, of dat ze het gewoon met de eigen mensen uit het bestuur deden. Kerkordelijk gezien deugde het niet. Maar dat interesseerde niemand.

 

Maar zoals gezegd, het was niet alleen een probleem in Veenendaal.

In de landelijke Hervormde kerk kwam er meer aandacht voor.

In 1955 was ondertussen door het bestuur van Sola Fide een predikant gezocht, die – zo zouden we het tegenwoordig noemen – op ZZP-basis predikant wilde zijn. Dus zonder verband met de Hervormde Kerk. Ze vonden zo iemand, ds. Goedhart, die zijn ambt in de Hervormde Kerk opgaf om hier als ‘voorganger’ aan het werk te gaan. Dat is een groot offer geweest. Zijn naam is dan ook altijd met ere genoemd in Sola Fide.

In 1958 werd er door de landelijke Kerk een noodvoorziening geschapen, waardoor er een kleine kerkenraad van 2 ouderlingen en 1 diaken bevestigd kon worden.  Een kleine kerkenraad, en dat was ook de bedoeling, want de gemeente moest blijven voelen dat het een noodverband was. Ook mocht toen officieel een predikant beroepen worden. Ds. Goedhart werd toen voor de tweede keer maan nu weer als predikant van de Hervormde Kerk bevestigd. De eerste doopdienst was een groot feest met maar liefst 29 dopelingen! Er waren kinderen opgespaard voor deze bijzondere dienst.

 

In 1960 kwam de tweede predikant, ds. Bos. De kerkenraad kon uitbreiden met nog een keer 2 ouderlingen en 1 diaken.

Ondertussen bleven de periodieke gesprekken bestaan tussen leden van het bestuur en ambtsdragers uit de Hervormde Gemeente Veenendaal o.l.v. iemand van de synode. Het leidde nooit tot iets en het was natuurlijk een bezoeking, waarschijnlijk voor beide partijen.

 

In 1965 kwam er weer een nieuwe landelijke regeling: Sola Fide werd ‘buitengewone wijkgemeente in wording’, en kon toen voor het eerst eindelijk een eigen grotere kerkenraad kiezen. Maar de status ‘in wording’ was natuurlijk permanent, omdat de Hervormde Gemeente bleef weigeren om Sola Fide als ‘buitengewone wijkgemeente’ op te nemen.

 

In 1977 werden we tenslotte, na talloze vergeefse verplichte gesprekken ‘Deelgemeente’, los van de Gereformeerde Bondsgemeente. We waren een volwaardige kerk geworden.

 

Terugkijkend is de stichting van Sola Fide een lange weg geweest, met ontelbare vergaderingen en moeilijke gesprekken met de Hervormde Gemeente onder leiding van derden.  In die zin is een scheuring binnen een georganiseerd verband als de Protestantse kerk van Nederland een stuk ingewikkelder dan de planting van nieuwe vrije kerken, zoals we die in Veenendaal de laatste jaren hebben gezien.

 

Sola Fide vormde in de eerste periode een aantrekkelijk alternatief. De groei en bloei bestond voor een groot deel uit mensen die overstapten vanuit de Hervormde Gemeente. Niet alleen de liturgie was blijer, ook de prediking van het evangelie gaf mensen zicht op vergeving en verlossing door Christus. Het was minder dogmatisch en minder zwaar. De ruimte die ervaren werd voor mensen met een oecumenisch huwelijk, voor mensen die al samenwoonden voordat ze trouwden en voor homoseksuelen was daarin ook belangrijk. Sola Fide was ook de eerste kerk in Veenendaal die een Kerstnachtdienst organiseerde, met een bomvolle kerk en die vrouwen in het ambt had.

 

Er was ook bloeiend jeugdwerk, samen met de Gereformeerde kerk, in 1957 ontstond ‘De Instuif’ als eigen plek voor de Veense jeugd. Dus vanaf die tijd dateert al de samenwerking met de Gereformeerde kerk van Veenendaal. Dat Sola Fide voor veel mensen de deur naar een definitief afscheid van het geloof was, is helaas ook wel praktijk gebleken. Mensen kiezen dan voor wat in hun ogen prettiger is, maar zijn innerlijk al los. In de loop van de tijd, nadat Aller Erf en De Goede Reede waren ontstaan, bleef Sola Fide vooral de kerk voor de autochtone Veenendalers en voor mensen, die kozen voor de wat behoudende Confessionele kleur. Daarmee vormde Sola Fide een soort brug tussen de Gereformeerde Bondsgemeenten en de Protestantse Gemeente.

 

De ontwikkelingen in Veenendaal stonden uiteraard ook niet stil. De bevolking groeide.De secularisatie groeit sinds een jaar of 15. Veenendaal was daar laat mee, maar toen het kwam ging het ook hard. Een andere ontwikkeling is, dat ook het aantal kerken is gegroeid.

De Hervormde Gemeente groeide door. Er kwamen kerkgebouwen bij en er ontstonden nieuwe wijken: Naast de Oude Kerk en de Julianakerk ontstonden resp. de Vredeskerk, de Sionskerk, de Hoeksteen, de Westerkerk en als laatste Veenendaal-Oost. Deze kerk beleefde een kerkscheuring in 2004, waaruit de Hersteld Hervormde kerk ontstond. In de laatste jaren zie je ook een ontwikkeling, dat er gezangen en andere liederen in de liturgie een plaats krijgen. De Gereformeerde Bond van Veenendaal anno 2019 is een andere dan die in de vorige eeuw.

 

Ook Sola Fide stichtte samen met de Gereformeerden twee Samen op Weggemeenten: Aller Erf in 1973 en in 1985 in West. In 1992 werd het gebouw De Goede Reede geopend, in 2014 het Aller Erf, waarmee de Protestantse Gemeente haar financiële hand overspeelde.  In 2011 gingen de Hervormde Gemeente Sola Fide en de Gereformeerde Kerk Veenendaal samen als Protestantse Gemeente Veenendaal.

 

De Gereformeerde Gemeente is nog steeds een grote speler, en ook de beide Christelijk Gereformeerde Kerken, de Pniëlkerk die was voortgekomen uit de Gereformeerde Gemeente, en de Bethelkerk. De Vrijgemaakt-Gereformeerde Kerk deed haar intrede in Veenendaal, ik kon niet achterhalen wanneer precies.

 

De Rooms-Katholieke kerk was hier al langer aanwezig. In eerste instantie werd zij gevuld door arbeiders uit de fabrieken, die in Brabant geworven waren.

 

De Evangelische stroming kwam ook op in Veenendaal. In 1981 begint Evangeliegemeente de Regenboog met haar diensten in de Leinweberstraat. Ze starten met 100 personen, en maken een snelle groei door. In 1988 openen ze het grote gebouw aan de Emmerschans. In 2003 wordt het gesplitst in 2 gemeenten, in 2006 zelfs in 3 gemeenten. Inmiddels bestaat de Regenboog weer uit 2 gemeenten.

 

De Baptistengemeente wordt in 1992 gesticht door de moedergemeente in Ede. Begonnen met 70 à 80 leden in de aula van het CLV, en onder de bezielende leiding van ds. Piet Passchier, maakte deze gemeente al snel een groei door.

 

Ook de Nederlands-Gereformeerde Kerk, in eerste instantie een traditionele kerk, maar die zich ontpopt als een meer Evangelische kerk kwam vanuit de moedergemeente in Ede naar Veenendaal in 1997. Zij kerken in het Ichtus en vormen een jonge kerk, met een overgroot aandeel van jongeren en jonge gezinnen.

Tenslotte opent Mozaïek0318 haar deuren in 2012 en wordt Kees Kraaijenoord in 2013 er voorganger. Haar succesverhaal is groot, de muziek speelt daar een belangrijke rol. Helaas gaat ook haar groei ten koste van andere gemeenten, zowel Evangelisch als traditioneel.

 

Er zijn nog een aantal kleine spelers op het kerkelijke erf. Wie de Veenendaalse krant leest ziet een respectabele lijst staan.

 

Er zijn de laatste jaren ook kerken gesloten. De Gereformeerde Brugkerk was de eerste kerk, denk ik, begin 21ste eeuw. Van latere jaren dateren het Leger des Heils in de Fluiterstraat. De Hervormde gemeente De Hoeksteen. De Nieuw-Apostolische kerk aan de Nieuweweg. De Goede Reede, enkele weken geleden. En morgen dus Sola Fide. Daarmee komt er een einde aan een stukje kerkgeschiedenis. 

 

Sola Fietje, het lochte bietje? – dat is het nooit geweest. Het is voor haar leden een fijne kerk geweest, waar Jezus Christus beleden werd en waar men kon opademen in het geloof. Een kerk om van te houden, misschien juist wel vanwege haar bewogen geschiedenis.

 

En ’t eind van het liedje is Sola Fietje? Helaas, voor Sola Fide is dat zo geweest. Maar voor de Here God is het niet het einde van het liedje. Hij gaat door in Veenendaal. Hij heeft nog heel veel pijlen op zijn boog.

Wij vertrouwen erop, dat Hij ook doorgaat met de Solafidianen. In de Open Hof of op een andere plaats.